Zoeken
koeien in de weibiologische varkenskoeien1pluimvee nieuw 3varkens1koeien in de wei 2biologische legpluimvee

29-04-2020

Een goede eerste snede graskuil: zo doet u dat!

Graskuil

Bij het conserveren van gras treden altijd verliezen op. Maar met goed kuilmanagement minimaliseert u het kwaliteitsverlies. Biologisch melkveespecialist Herman Bunte deelt zijn uitgebreide kennis over het kuilproces en legt uit hoe u een goede eerste snede graskuil krijgt.

Kwaliteitsverlies graskuil

“Het kwaliteitsverschil tussen een goede en een matige kuil is groot: bij matig kuilmanagement gaat er van een bruto vers grashoeveelheid van 3500 kg drogestof maar liefst 25% van de drogestof verloren. Bij een optimaal management is dit 8%.” Aan het woord is Herman Bunte, biologisch melkveespecialist met ruim vierenveertig jaar aan praktijkervaring. “De verliezen ontstaan op het veld door ademhalingsverlies en verlies bij maaien, schudden, wiersen en laden. Verder zijn er eventuele perssapverliezen, de altijd aanwezige conserveringsverliezen en de bewaarverliezen. Het grootste verschil zit hem in de conserveringsverliezen (3 tot 15%). Daar valt dus de meeste winst te behalen!”

Het beste maaimoment

Te droge of te natte graskuil?

“Een optimale graskuil heeft tussen de 35 à 40% drogestof. Een drogestofpercentage van minder dan 30% geeft meer perssapverlies én een hogere verzuringsindex, doordat een dergelijke kuil een lagere pH-waarde heeft”, legt Herman uit. “Bij een te laag drogestofpercentage is het eiwit in de kuil minder bestendig. Dit is een factor om in de biologische melkveehouderij éxtra rekening mee te houden. Ook is een kuil met een laag drogestofpercentage gevoeliger voor boterzuurvorming en verontreiniging met zand.”
“Komt het drogestofpercentage boven de 45%, dan is het gras moeilijker te verdichten in de sleufsilo. Dit betekent een grotere kans op conserveringsverliezen door het aerobe proces in het begin van het silageproces. Een graskuil met een te hoog drogestofpercentage is bovendien gevoeliger voor broei bij het uitkuilen”, weet de specialist. “Ook is de veldperiode dan langer geweest dan nodig, wat betekent dat het gras extra ademhalingsverliezen heeft gehad.”

Ruwe celstof

Hoe zit het dan met het ruwe celstofpercentage? Herman heeft zijn kennis direct paraat: “Een goede kuil heeft een ruwe celstofpercentage van 22-24%. Een kuil met een laag drogestofpercentage én weinig ruwe celstof is verzurend en heeft een lagere herkauwindex. Maar een kuil met een hoog aandeel celwanden – zeker wanneer deze van minder goede grassen komen – heeft een lage energie en moet u daarom combineren met meer krachtvoer in het rantsoen. Dit werkt ook verzurend. Het is eenvoudiger en goedkoper om een rantsoen te compenseren met structuur, hooi of stro, dan met extra energie uit krachtvoerders”, legt hij uit.

Onderstaande tabel toont het verschil op een bedrijf waar de veehouder door omstandigheden een gedeelte van de eerste snede 11 dagen later heeft moeten maaien. Let op de enorme verschillen!

  Eerste deel Tweede deel
Drogestof 331 385
Ruwecelstof 233 291
Ruw eiwit 125 117
NDF 451 566
ADL 21 30
VCOS 77.8 70.7
VEM 930 813

Gebruik een geschikt inkuilmiddel

“Heel belangrijk bij het inkuilen is het gebruik van een goed inkuilmiddel”, vindt Herman. “Inkuilmiddelen ondersteunen het sileringsproces. Zowel bij het inkuilproces aan het begin van de fermentatie, als bij het uitkuilen om broei te voorkomen. Bij een kuil met een laag drogestofpercentage (soms in combinatie met een hoger eiwitgehalte) is het lastiger om de pH snel op een voldoende laag niveau te brengen. Een inkuilmiddel dat de vorming van melkzuur stimuleert, heeft dan een positieve uitwerking en minimaliseert de inkuilverliezen. Dit wordt bereikt door de werking van zogenaamde homofermentatieve bacteriën”, legt de melkveespecialist uit. 
“Bij een relatief droge kuil (hoog drogestofpercentage) is het belangrijk dat er geen broei optreedt. Broei ontstaat bij onvoldoende verdichting (zuurstof in de kuil), veel restsuiker en gisten. Een juiste concentratie van azijnzuur (1 tot 2%) onderdrukt de activiteit van de gisten. Toevoeging van heterofermentatieve bacteriën stimuleert de azijnzuurproductie. Omdat u vooraf niet weet onder welke omstandigheden u het gras kunt inkuilen, moet het ideale inkuilproduct zowel geschikt zijn voor een relatief natte én een droge kuil. SiloSolve FC Eko bevat zowel homo- als heterofermentatieve bacteriën en geeft een bewezen positieve werking in zowel natte- als droge kuilen”, zo is de ervaring van Herman.

Tips van Herman bij het in- en uitkuilen

Tot slot geeft de ervaren melkveespecialist nog enkele tips bij het in- en uitkuilen:

  • Bij het maaien is het belangrijk dat de stoppellengte minimaal 7 cm is. Hiermee vermijdt u dat er grond in de kuil komt en ook de hergroei van het gras is beter als u deze stoppellengte aanhoudt. 
  • Schudden, niet meer dan noodzakelijk is, het geeft minder veldverliezen. 
  • Zorg dat u het gras in de silo maximaal verdicht. Dit bereikt u door het gras in dunne lagen in de silo te verdelen, niet meer dan 25 cm los materiaal per keer. Het gewicht van de tractor op de kuil bepaalt het tempo van vullen van de silo, niet de capaciteit van de hakselaar of opraapwagen(s). De tractor moet een minimaal kwart tot de helft van het aangevoerde gras wegen om het goed aan te kunnen drukken. Belangrijk is ook de bandenspanning van de tractor; deze moet minimaal 2 bar zijn en dubbele wielen geven een minder diepe druk in de kuil.
  • Dicht de kuil, na het vullen van de silo, direct af. Dit minimaliseert de aerobe verliezen. De temperatuurstijging direct na het inkuilen is hiervoor een graadmeter. Bij een direct afgedekte kuil is de temperatuurstijging ongeveer 20 graden. Dekt u de kuil pas de volgende ochtend af, dan bedraagt de temperatuurstijging al 12 graden extra! 
  • Om broei te voorkomen is het belangrijk dat u voldoende voersnelheid heeft bij het uitkuilen, voor de winter 1,5 meter en in de zomer 2,5 meter per week.

Nog vragen?

We kunnen ons het haast niet voorstellen, maar heeft u nog vragen over in- of uitkuilmanagement? Neem dan contact op met uw Reudink-specialist of uw lokale dealer. Indien nodig springt Herman Bunte graag nog even bij.