Zoeken
koeien in de weibiologische varkenskoeien1pluimvee nieuw 3varkens1koeien in de wei 2biologische legpluimvee

08-04-2020

Hoeveel drijfmest heeft mais op scheurgrond nodig?

mais inzaaien

Scheurgrond levert zoveel stikstof (N) dat er nauwelijks drijfmestbemesting nodig is bij maisteelt. Een extra bemesting werkt nitraatuitspoeling in de hand en leidt tot onnodige verliezen van stikstof uit dierlijke mest. Bemesten met kali is wel altijd nodig, liefst direct na het inzaaien. We leggen uit hoe dat zit.

Hoe werkt stikstofnalevering van de graszode?

Het juiste moment voor het scheuren (frezen) van de graszode is meestal de eerste helft van maart. Door de natte eerste maanden en daardoor de slechte draagkracht van het land is dit op veel plaatsen doorgeschoven naar eind maart/begin april. Wanneer de mineralisatie van de zode op tijd start, kan de mais de vrijkomende stikstof grotendeels benutten. Dat is des te belangrijker omdat de gebruiksnorm voor stikstof bij scheuren van grasland met 65 kg per hectare wordt gekort.
Bij het tijdig en goed inwerken van de zode kan deze veel stikstof leveren. Ook het tweede en derde jaar na scheuren levert de gescheurde zode nog stikstof na, want de mineralisatie gaat langer door dan één maisseizoen. Wel bestaat er een groot verschil in stikstoflevering tussen een oude en jonge zode (zie tabel). In de biologische landbouw is maximaal twee jaar maisteelt op hetzelfde perceel toegestaan.

  Leeftijd zode
Jaar na scheuren 1 - 2 jaar 3 - 5 jaar >6 jaar
1ste jaar, kg N per ha 60 - 90 100 120
2e jaar, kg N per ha 0 30 50

Tabel 1: stikstofnalevering (kg N per ha) van een zode bij verschillende leeftijden en tot twee jaar na scheuren.

Kleine drijfmestgift

Onder normale omstandigheden is er in het eerste jaar na scheuren dus nauwelijks drijfmestbemesting nodig voor aanvulling van het stikstof. Wel is drijfmest een goede bron van kalium. Vandaar dat een kleine gift (15-20 m3) toch welkom is. In het tweede jaar na scheuren is de nalevering van de zode al een stuk minder en zal een grotere drijfmestgift nodig zijn. Afhankelijk van de drogestofopbrengst en de stikstofgehaltes in de mest, volstaat dan 20 tot 25 m3 per hectare.

Hoe zit het met kalium?

Mais is een echte ‘kalivreter’. Kalium is van belang voor de stevigheid van de plant, voor de werking van een groot aantal enzymen, voor het goed functioneren van (vocht-)transportfuncties in de plant en voor resistentie tegen ziektes en droogte. Normaal gesproken is drijfmest de grootste aanvoerpost van kalium, maar in geval van mais op scheurgrond wordt er dus nauwelijks dierlijke mest aangewend. Een goed gewas mais onttrekt ruim 250 kg kali per hectare. Dit wordt bij lange na niet gehaald met nalevering uit mineralisatie van de graszode. Uit onderstaande tabel blijkt dus dat er in alle gevallen veel te weinig kalium beschikbaar komt uit mineralisatie van de graszode. Bijbemesten met kalium is dus in alle gevallen noodzakelijk.

 

Zonder oogst 1ste snede
(kg K2O/ha)


Met oogst 1ste snede
(kg K2O/ha)
Levering uit de stoppel 65 27,5
Levering uit de wortels 30 27,5
Totaal 95 55

Tabel 2. Hoeveelheid kalium dat beschikbaar komt uit mineralisatie van gescheurd grasland.

Tijdstip van kaliumbemesting

Strooi de kaliumaanvulling volvelds en direct na de inzaai van de mais. Zo voorkom je beschadiging aan de kiemplant of het blad en komt de kalium snel beschikbaar voor de maisplant. Als de mais al wat groter is, blijven er soms korreltjes in de bladoksels van de plant hangen, wordt het blad beschadigd of landen korrels in de ‘kelk’ van ontvouwend nieuw blad. Dit kan bladbeschadiging tot gevolg hebben.

Wilt u meer weten?

Heeft u vragen over de bemesting van uw akkers? Neem dan contact op met uw specialist, uw lokale dealer of onze klantenservice via 088 - 024 81 65. Wij helpen u graag verder!