Ga voor een topstart en biedt de biggen in de kraamstal al vast voer aan. Want; jong geleerd, is oud gedaan. Door vroegtijdig vast voedsel op te nemen, traint de big het maagdarmkanaal. Zo is ze klaar voor het moment waarop de melkgift stopt. Met als resultaat niet alleen een blijvend betere voeropname en groei ook na het spenen. Maar ook een verbeterde darmgezondheid, vertering en mestconsistentie. En het uitblijven van de speendip.
Er zijn diverse redenen waarom bijvoeren in de kraamstal een goed idee is. Zo zien we dat de zeugproductiviteit de afgelopen jaren is ontwikkeld. De zeug krijgt meer biggen. Iedere big heeft vervolgens minimaal 180, bij voorkeur 200 en idealiter 250 gram biest nodig. Zodra de tomen groter worden, is er een kans dat de zeug onvoldoende melk heeft voor haar biggen. Dan moet de big op een andere manier in haar voedingsbehoefte voorzien. Bijvoorbeeld door vast voer op te nemen.
Daarnaast leert de big in de kraamstal al vast voer op te nemen, waardoor ook na spenen een blijvend betere voeropname en groei zichtbaar is. Ook resulteert een vroege voeropname in een goede ontwikkeling van de darmwand en enzymproductie van de big. Zo traint ze haar verteringskanaal, zodat wanneer de melkgift stopt, de biggen vast voedsel beter kunnen opnemen en verwerken.
Dat neemt niet weg dat de opname van vast voedsel rondom het spenen een uitdaging is. Dat gaat niet altijd vanzelf. Wel zijn biggen van nature nieuwsgierig. Daar spelen we met onze biologische muesli op in, door de verschillende kleuren en structuren. De muesli is een aanvullend voer voor een optimale, gezonde start voor de biggen. Je verstrekt het in kleine hoeveelheden naast de biest. Vanaf de derde week kun je ook een biggenvoer inzetten. Onze recentste voerproef bewijst het succes in de vorm van een verhoogde voeropname en groei, een soepeler speenproces en meer werkgemak.
Ga ook voor een verhoogde voeropname en groei, een versoepeld speenproces, optimale darmgezondheid én meer werkgemak. Onze specialisten ondersteunen je hierbij.