In de biologische teelt is vruchtwisseling verplicht. Voor de melkveehouderij vertalen we dit bij Reudink naar het ideale bouwplan. Dit bestaat uit meerdere jaren gras/klaver, (> 4 jaar), gevolgd door een jaar snijmais en een jaar graanteelt, bij voorkeur in mengteelt. Een belangrijk voordeel van dit bouwplan is dat de bodem het grootste deel van het jaar begroeid blijft. Dat draagt bij aan een gezonde bodem en een goede benutting van nutriënten. Maar op welke momenten past het zaaien van een groenbemester of vanggewas binnen dit bouwplan?
Na het dorsen van wintergranen en rogge, van eind juli tot half augustus, is het logisch om snel gras-klaver in te zaaien. Wanneer het graan als GPS wordt geoogst of bij het dorsen van zomergerst, ontstaat een aantal maanden ruimte voor een tussenteelt. Is op jouw bedrijf de ruwvoerpositie aan de krappe kant? Dan loont het zeker om een gewas als Landsberger Gemenge of Italiaans raaigras te zaaien. In deze tussenliggende drie maanden kun je normaal gesproken twee snedes kwalitatief goed ruwvoer oogsten.
In alle andere gevallen kun je, indien gewenst, landwerkzaamheden zoals drainage, bodembewerkingen of egalisatie uitvoeren. Vervolgens zaai je een groenbemester in.
Op zand- en lössgrond is een vanggewas verplicht. Met het telen van een wintergraan, al dan niet in mengteelt, of het inzaaien van gras-klaver vóór 1 oktober, voldoe je aan deze verplichting. Teel je na de snijmais een ander gewas, zoals een zomergraan in het volgende groeiseizoen, dan ben je verplicht een vanggewas in te zaaien.
Een groenbemester kan een waardevolle aanvulling zijn wanneer op zwaardere kleigrond in het najaar een oude graszode wordt gescheurd. Is de volgteelt opnieuw gras, overweeg dan om een wintergraan aan het grasmengsel toe te voegen. Zo benut je de in het najaar vrijkomende voedingsstoffen beter en dient het als dekplant. Is de volgteelt snijmais, zaai dan een groenbemester en werk deze vroeg in het voorjaar onder.
Groenbemesters hebben een breed Skala aan voordelen, zowel op de korte als de lange termijn. Met het gebruik van groenbemesters:
Het consequent toepassen van groenbemesters resulteert op termijn in bijvoorbeeld een verhoogde opbrengst en hogere weerbaarheid van de bodem (met alle voordelen van dien).
Welke groenbemester het beste past is van meerdere factoren afhankelijk. In onderstaande tabel staan de biologisch beschikbare groenbemesters overzichtelijk weergegeven op basis van de gewenste toepassing.
Tabel 1: overzicht toepassing groenbemesters
Als je onkruidonderdrukking wilt combineren met een snelle bodembedekking, is gele mosterd de beste optie. Japanse haver is geschikt als je vooral aan de organische-stofopbouw wilt werken. Met stikstoffixatie uit de lucht, zonder te willen oogsten, is DSV Solanum de logische keuze.
In sommige situaties spelen ziekten en plagen een belangrijke rol bij de keuze voor een groenbemester. Stem je keuze daarom goed af op het bouwplan. Zo is het bijvoorbeeld niet aan te raden om een grasachtige of Japanse haver te zaaien wanneer je in het volgende jaar snijmais wilt telen. Twijfel je over de juiste keuze of wil je sparren over jouw situatie? Neem gerust contact op met onze Verkoop Binnendienst. Ook de ruwvoerspecialist van jouw dealer denkt graag met je mee.